Van oorsprong circushonden?

Tot het midden van de negentiende eeuw was de oorsprong van de Golden Retriever dikwijls aanleiding tot heftige discussies. Veel liefhebbers geloofden het verhaal dat de grondlegger van het ras, Sir Dudley Marjoribanks (de latere Lord Tweedmouth) in 1858 een groep Russische circushonden had gekocht. Deze zou hij als jacht- en zweethonden naar zijn Schotse landgoed Guisachan hebben gehaald voor het opsporen van gewonde herten. Er wordt beweerd dat Lord Tweedmouth lange tijd metdeze honden en hun afstammelingen zou hebben gefokt, waarbij hij gebruik maakte van een Bloedhond voor wat bloedverversing. Als hij pups over had, gaf hij die weg aan vrienden en bekenden.

Deze theorie over de oorsprong van de Golden Retriever werd ondersteund door Colonel the Hon. W. le Poer Trench van de St. Hubert-kennel. Hij was in het bezit van één of twee van deze honden, die volgens hem van zuiver Russische afstamming waren. Foto’s van zijn honden tonen een soort bleke, reekleurige Pyrenese Berghond, die groot en krachtig was en een overvloedige vacht bezat.

De geschiedenis over de herkomst van de eerste honden van Lord Tweedmouth werd door de nodige kynologische auteurs zo smeuïg mogelijk beschreven. Er is bijvoorbeeld een verhaal waarin staat dat Sir Dudley Marjoribanks in de Engelse badplaats Brighton een voorstelling bijwoonde van een reizend circus. Daar trad ook een groep goed getrainde Russische jacht- of herdershonden op. Sir Dudley was zo onder de indruk van de schranderheid en het fraaie uiterlijk van deze honden, dat hij besloot er een paar te kopen. De trainer was niet bereid een paar honden te verkopen, omdat daardoor zijn act niet meer mogelijk zou zijn. Daarop bood Sir Dudley hem aan de hele groep te kopen. De honden gingen met hem mee naar zijn landgoed. De nieuwe eigenaar ging met deze dieren fokken en legde zo de grondslag voor de Golden Retriever.

Een heerlijk verhaal voor het publiek, maar niet voor de echte hondenliefhebber.

Zij voerden aan dat een goede, ervaren jager nooit honden zou kopen, alleen omdat ze het zo leuk deden op het toneel. Natuurlijk waren zulke honden gehoorzaam en goed te trainen, maar een goede Retriever moet ook zelfstandig kunnen werken zonder aanwijzingen van een trainer. Daarom was het eigen initiatief van de honden van grote waarde, terwijl dit voor circushonden eerder een ongewenste eigenschap was, want anders zou een voorstelling nog al eens kunnen mislukken. Lord Tweedmouth was een kenner van de jacht en van jachthonden en een dergelijke karaktereigenschap zou hij nooit over het hoofd hebben gezien.

Er waren echter ook liefhebbers die om een andere reden weinig geloof hechtten aan de Russische afstamming van de Golden Retriever. Zij zijn van mening dat de Golden Retrievers afstammelingen zijn van leverkleurige honden die af en toe voorkwamen in nesten van Flatcoated en Wavycoated Retrievers. Deze leverkleurige honden hadden kleuren die varieerden van bleekgeel tot bruin.

Copyright © 2018 Golden Retriever Club Nederland GRCN. Designed by Hofste Consultancy