De verdere ontwikkeling

Lord Tweedmouth overleed In 1894. De 2de Lord Tweedmouth en zijn neef de 5de Graaf van Ilchester hielden helaas geen kennelregistraties bij en er stonden ook weinig van de door hen gefokte ‘Yellow Retrievers’ geregistreerd. Daardoor ontbreekt er een belangrijke schakel in de geschiedenis van de Golden Retriever.

Het is in ieder geval zeker dat de eerste Burggraaf van Harcourt het ras voorbracht op tentoonstellingen. Hij kocht zijn eerste pups uit een nest dat door John MacLennan, een van de jachtopzieners van Guisachan, was gefokt uit een dochter van Lady. Deze Lady was een op Guisachan gefokte teef die in het bezit was van Archie Marjoribanks, de jongste zoon van de 1ste Lord Tweedmouth. De Burggraaf van Harcourt, Lord Harcourt, fokte met deze honden verder onder de kennelnaam ‘Culham’. Uit deze fokkerij vormen Culham Brass en Culham Copper de belangrijkste honden. Zij komen als verre voorouders in nagenoeg alle stambomen van de huidige Golden Retriever voor.

Behalve de lijn van Lord Tweedmouth waren er rond de eeuwwisseling nog enkele andere belangrijke kennels zoals ‘Ingestre’ van W. MacDonald. Naar zijn zeggen was hij begonnen met een leverkleurige Flatcoated Retriever. Zijn zeer bekende Yellow Nell werd gefokt uit twee Ingestre-ouders, die weer afstamden van ongeregistreerde ouderdieren. Men neemt echter aan dat ze nauw verwant was aan het Guisachan-bloed. Een groot aantal van de door MacDonald gefokte gele retrievers had een zwarte Flatcoated Retriever als vader.

In 1906 kreeg Mrs W.M. Charlesworth haar eerste Golden Retriever. Het was een teef zonder stamboom, die ze Normandy Beauty noemde. Spoedig daarna begon ze ook met het fokken van Goldens. Binnen korte tijd stond haar Normanby-kennel aan de top, zowel op tentoonstellingen als bij Field Trials. In 1912 veranderde ze haar kennelnaam in “Noranby”.

Tot dan toe werden de Goldens op tentoonstellingen uitgebracht onder de aanduiding Flatcoated Retriever en ze waren alleen aan hun kleur te herkennen. In 1913 werd de Golden Retriever door de Engelse Kennel Club officieel erkend als een zelfstandig ras onder de naam “Golden or Yellow Retriever”. In 1920 verdween de toevoeging ‘or yellow’ uit de naam en sprak men alleen nog over de Golden Retriever. Onder de bezielende leiding van Mrs Charlesworth werd in 1913 de Golden Retriever Club opgericht, die er tevens voor zorgde dat de officiële rasstandaard voor de Golden Retriever werd opgesteld.

Als men bedenkt hoe populair de Golden Retriever tegenwoordig is in Nederland en België, valt het op dat vóór 1956 vrijwel niemand hier wist wat voor hond de Golden Retriever was. Weliswaar hadden enkele jagers uit de duingebieden al in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog Golden Retrievers uit Engeland gehaald. Die kwamen echter nooit op tentoonstellingen en werden alleen in het jachtveld gezien en gewaardeerd.

Jonkheer Quarles van Ufford en de heer J. Wilson importeerden in 1923 twee Golden Retrievers uit de Noranby-kennel. Deze honden voldeden prima in het jachtveld. Er werden met deze importhonden zelfs enkele nesten gefokt. De nakomelingen waren eveneens bestemd voor de jacht. In 1935 haalde de heer Del Court van Krimpen een Golden Retriever uit Engeland die voortreffelijk werk leverde als apporteur.

Na de Tweede Wereldoorlog bleken er geen exemplaren meer van deze Goldens te bestaan en nieuwe importpogingen mislukten in het begin. Het lukte Mejuffrouw S.Y. van Schelle-s’Jacob in 1947 wel. Zij haalde twee teefjes uit de befaamde Pennard-kennel naar haar Nederlandse kennel Van Staverden. Haar fokproducten hebben hun hele leven als jachtkameraad doorgebracht.

In 1952 begon mevrouw C. van Crevel-van Oss met het importeren van enkele veelbelovende Goldens, die de grondslag legden voor haar bekende Brittanic-kennel. Zij verscheen in 1956 voor het eerst sinds lange tijd op een Nederlandse apporteerwedstrijd met een Golden Retriever, die deze wedstrijd ook nog eens won.

Op 10 maart 1956 kwamen zeven Goldenliefhebbers bijeen en richtten de Golden Retriever Club Nederland (GRCN) op. Negen andere mensen, die wel hun steun hadden betuigd, konden helaas niet aanwezig zijn. De jonge vereniging begon bij de oprichting dus met zestien leden. Hun doel was het bij elkaar brengen van fokkers, jagers en andere liefhebbers van Golden Retrievers en het bevorderen van de liefhebberij van het jagen met en het fokken van deze honden in Nederland. De gastheer van die dag, de heer R.C. Baron Snouckaert van Schauburg werd gekozen tot voorzitter en hij zou dat blijven tot 1969. Mevrouw C. van Crevel-van Oss werd secretaris-penningmeester en tevens redactrice van het Golden Nieuws.

Voor de Winnertentoonstelling van 1956 waren maar liefst negentien honden ingeschreven bij de Engelse keurmeester Mrs L. Daly. De gloednieuwe vereniging had daarvoor al drie prijzen beschikbaar gesteld: een boekenbon van f 7,50 voor de beste van het ras, een verzilverd asbakje voor de op een na de beste Golden en een fraaie kalender voor de beste hond in de Nieuwelingenklas. De Winnertentoonstelling van het daaropvolgende jaar kende slechts zeven inschrijvingen. Alle aandacht werd toen getrokken door het toen nog provisorisch vastgebonden spandoek van de GRCN, dat tussen twee stoelen bovenop de benches prijkte.

Op het terrein van een van de leden van de GRCN vond in 1963 de eerste Clubmatch plaats. Er werden 44 Golden Retrievers gekeurd. Op de jaarvergadering in 1964 werd besloten tot het instellen van een Fokadviescommissie en het houden van een jaarlijkse fokdag. Verder werd besloten jaarlijks een diplomadag te organiseren, waar aan de hand van karakter- en gehoorzaamheidsproeven de clubdiploma’s konden worden behaald.

Eind 1967 is door de GRCN vastgelegd dat Goldens eerst op heupdysplasie moeten worden geröntgend, voordat ze voor de fokkerij kunnen worden gebruikt.

Helaas bleek dat heupdysplasie ook bij de Golden Retrievers had toegeslagen, zodat soms heel mooie honden om die reden uitgesloten moesten worden voor de fokkerij. Om andere waardevolle eigenschappen niet verloren te laten gaan, werd en wordt er een enkele maal wel gefokt met een lichtpositieve hond. Een andere erfelijke oogaandoening die ook bij Golden Retrievers werd aangetroffen was PRA, de Progressieve Retina Atrofie. Daarom dienden ouderdieren ook te worden onderzocht op oogafwijkingen.

In de Lage Landen heeft de Golden Retriever de laatste jaren sterk aan populariteit gewonnen. Het grote publiek heeft niet alleen ontdekt dat de Golden een plezierige, attractieve huishond is, maar ook dat jagers hem meer en meer zijn gaan waarderen als ideale metgezel in het veld.  

 

Copyright © 2018 Golden Retriever Club Nederland GRCN. Designed by Hofste Consultancy